Trektocht langs de Frans-Spaanse grens
 September 2009. Bert was van plan om een trektocht te maken door de Pyreneeën, hij zocht enkel nog iemand om mee te gaan. Toen hij me dat vertelde was ik direct geïnteresseerd, maar het zou nog een heel eind duren voor ik wist dat ik tijd had. September was voor ons beiden de maand die het best paste, op 1 middag en via mail werd alles voorbereid.
Dag 1: Brugge/Knokke – Gourette
Stijgen: 1600m
Dalen: 0m
Afstand: 1000 km
Opstaan rond 04.30u om op tijd in Knokke te raken. Daar de eerste trein naar Charleroi, dan met de pendelbus naar de luchthaven. De bagage was ondertussen al min of meer in orde gestoken: juist geen 15 kg als grote bagage. Ik had nog een paar kg eten als handbagage, Bert had zijn tent van 4 kg bij zich. De haringen waren zowel in het doorgaan als in het terugkeren een probleempunt. Maar uiteindelijk mochten ze telkens gewoon mee op het vliegtuig. Onze rugzakken in vol ornaat (inclusief 3 kg water) wogen iets meer dan 20 kg. Na een vlucht van 1uur en 10 minuten landden we in Pau. Niet veel later staan we klaar om een taxi te nemen (= de enige mogelijkheid om weg te raken van het vliegveld). Dat taxibedrijf doet er gouden zaken. Als je het hen vraagt is een buspendeldienst niet nodig … . Na een klein half uurtje komen we aan in het treinstation van Pau, van daar wandelen we naar het centrum om een beetje eten, en om het belangrijke gasflesje (die niet op het vliegtuig mag) te kopen. In het winkelcentrum is er een sportwinkel met wat trekkingmateriaal, en ze hebben de juiste campinggaz flesjes (met draai’dop’ en ventiel, van 240 g) de verkoper zegt dat je hier 2 weken mee verder kan, dat neem ik met een korreltje zout, maar wij hebben maar gas nodig voor 6 dagen, dus we wagen het om met 1 flesje te vertrekken. Volgende missie: zo dicht mogelijk bij de Pyreneeën raken. We zitten nu buiten het seizoen, en op dit uur rijdt er niets van bussen in de goede richting. Wachten tot 18u op de enige bus was geen optie, we moesten die dag nog hoog genoeg raken om onze tent te kunnen opzetten. Daarom met een veel te dure taxi 60 km rijden naar Eaux-Bonnes, een klein dorpje aan de voet van de Pic du Midi D’Ossau. Na het vullen van de waterzakken beginnen we aan de klim, we kunnen nog 3 à 4 uur wandelen voor de avond valt. Eaux-bonnes lag juist buiten onze kaarten, en we moeten ergens afgeweken zijn van de juiste richting, want toen we herkenningspunten zagen op de kaart, bleken we ten zuiden van Gourette te zitten. Dat was uiteindelijk geen ramp, wel zou de oorspronkelijke planning van de tweede dag volledig omgegooid worden. We zaten een stuk boven boven Gourette en al ons water was op, het enige dat in de buurt niet opgedroogd was, was een aangelegd waterbassin met kikkervissen. Jammie. Vanaf dan was het uitkijken naar een goede slaapplaats. Dat vonden we in het begin van de volgende vallei langs de GR10. De eerste dag is voorbij en ons oorspronkelijke plan is al achterhaald. De volgende 2 dagen zullen we proberen om die schade in te halen.
Dag 2: Gourette (GR10) – Lac d’Artouste
Stijgen: 1400m
Dalen: 1000m
Afstand: 16 km
Tijdens de eerste nacht hebben we slecht geslapen, het was de eerste nacht op een matje en we waren nog niet echt moe. Rond 9u vertrokken we volgden de GR10 via 2 kleine cols richting Cabanne du Soussouéou. Om in het dal te raken moesten we eerst nog een pittige en lange afdaling maken. Deze bleek zeer belastend te zijn, zeker voor een eerste echte wandeldag, er kwam maar geen einde aan. We daalden aan een hoog tempo af, sommige stukken al lopend. Eenmaal in het dal kwamen we in een andere wereld. We kwamen in een prachtig U-dal, met in het begin een kudde koeien en wat paarden. Er was de eerste paar kilometer geen pad te zien, maar verkeerd lopen kon ook niet, het was 1 grote vlakke weide, en de wandelrichting was duidelijk. Tegen de tijd dat we aan het bos aan de andere kant van de vallei begonnen, was er wel een pad, soms eerder een suggestie, al dan niet aangeduid met Steinmannen. Lac d’Artouste werd al zichtbaar in de verte. Twee andere opvallende dingen die dag was het toeristisch treintje hoog boven ons, en een helikopter die constant de vallei overvloog. Buiten ons was de vallei verder leeg. Na het bos liep het pad nog verder, maar op het eind liepen we recht door naar de stuwdam in plaats van het pad te volgen. Daardoor moesten we een klein puinhoopje met begroeiing oplopen. Toen kwamen we direct bij de achterkant van de vertrekplaats van de treintjes uit: “verboden toegang”. Onder volledige aandacht van de dagjesmensen op de treintjes en op het cafeetje liepen we tegenstroom door de toegang. Na een colaatje beklommen we de betonnen trappen tot aan de dam. Het werd al avond, op het eerste zicht moest er wel een kampeerplaats te vinden zijn langs het meer. Aan de westkant zetten we onze tent op. We zijn vandaag uiteindelijk niet aan Lac d’Arriel geraakt, maar onze schade van de eerste dag wordt stilaan ingehaald.
Dag 3: Lac d’Artouste – Lacs de la Fache
Stijgen: 1100m
Dalen: 700m
Afstand: 15 km
Vroeg opstaan. Deze nacht en ochtend hebben we een volledige sterrenhemel gezien, het was bijna even mooi als de drie sterren die je in Vlaanderen kan zien. Toen ik uit de tent was voelde ik direct dat er iets verkeerd was met mijn rechter knie. Eerst hoopte ik dat het nog wat stijfheid was, maar het werd steeds erger. We gingen tenslotte op pad richting Refuge d’Arremoulit. Na zo’n 10 min te hebben gewandeld werd het duidelijk dat we op het pad waren die rond het meer liep. Dan maar zo’n 200m ‘offroad’-klimmen tot we het goede pad terug kruisten. Na het eerste ochtendzweet stonden we al snel aan de hut, waar we de gebruikelijke cola en noten binnenspeelden. Vanaf hier ging er een pad aangeduid met schaarse markeringen over een lawineveld tot aan de Col du Palas. In de diepte konden we de lacs d’Arriel zien liggen. De Balaitus en de Palas bedekten het Spaanse dal met hun schaduw.
Op weg naar Refugio de Respomuso werden we constant gekruist door een helikopter die beton aanvoerde, 1 van de vele hutten die in september renovatiewerken ondergingen. Als we vandaag de schade van de eerste dag helemaal zouden wegwerken, moeten we slapen op de bivakplaats voor Refuge Wallon. Dat zit er echter niet meer in voor vandaag. We lopen voorbij de Embalse de Campoplano richting Col de la Fache. Onderweg zien we nog een paar boeren een hele kudde schapen naar beneden loodsen. De weg naar de col duurde veel langer dan gedacht. Na elk hoogste punt waarvan we dachten dat dit de col zou zijn, kwam er nog wel een hogere en verder gelegen tevoorschijn. Toen we uiteindelijk boven kwamen maakten we kennis met het Franse weer in de Pyreneeën. Het zicht leek op Schotse highlands, heuvelende graslanden tussen meertjes, verscholen in steeds dikker wordende mist. Tijdens de afdaling liep Bert voorop en zo stond de tent bijna op toen ik arriveerde op een heuvelrug tussen 2 van de Lacs de la Fache. Heel de dag was een marteling voor mijn knie, en de trektocht was nog maar juist begonnen …
Dag 4: Lacs de la Fache – Refuge des Oulettes de Gaube
Stijgen: 800m
Dalen: 1100m
Afstand: 13 km
Knie nog steeds niet in orde, wel voel ik een merkbare verbetering na de nachtrust. Maar dat zou maar voor even duren, de volgende dagen zal mijn knie telkens als een batterij leeglopen, tegen de avond kan ik hem niet meer bewegen, in belaste of onbelaste positie, steunen op het gestrekt been zal bijna altijd doenbaar blijven. Bij vlakke wandelingen had ik geen hinder, en ging ik dag na dag sneller vooruit. Dalen en stijgen waren andere koek.
Ik dacht aan een ontsteking en een scheurtje van een spier/pees aan de buitenkant van mijn knie, mijn beperkte medische kennis leidt alleszins in die richting. Flexiumgel en ontstekingsremmers hoorden van dan af tot mijn rantsoen.
Zo zou ik de volgende dagen nog vele kilometers stijgen en dalen … al hinkend.
Vroeg in de ochtend passeerden we Refuge Walon, na een gebruikelijke cola en sanitaire stop(WC-papier én zit-toilet!) waren we weer snel weg richting Lac d’Arratille. Bert liep voor en met mijn lager stijgtempo kon ik hem al snel niet meer zien. Rond de 2000 meter splitst het pad. Het rechter pad leek me het grootst en het was aangeduid met steinmannen, en het meer lag ook ergens rechts. Dus zonder direct een kaart bij de hand te hebben, nam ik het rechter. Na een tijdje waren er enkel nog maar Steinmannen te zien, en even later verdween die ook. Wetend dat er links nog een pad in diezelfde richting lag, en dat ik sowieso toch moest stijgen, liep ik dan maar in die richting verder. Maar het ik kwam maar geen pad tegen, na een tijdje was ik toch iets te ver afgedwaald. Tijd om kompas uit te halen en de tweede kaart die in mijn rugzak zat. Ongeveer op hetzelfde moment zag ik een meer liggen, zo’n 100 meter lager dan mij. Na een snelle controle was het het juiste meer. Het pad lag een eind van mij vandaan, het snelste was natuurlijk traverseren langs de helling. Na stukjes klimmen en wandelen riep Bert van beneden, hij had door dat ik té lang achterbleef, en verklaarde me vanaf een afstandje zot dat ik op die manier naar het meer vorderde. Na een groot half uur traverseren bereikte ik al hinkend de rotsen rond het meer, daar liep een oude franse gids rond die bezorgd om me was, en hij was zelf 3 mensen kwijt. Dan doorgelopen en samen met Bert rap een koekjesmiddagmaal binnengespeeld. Doorgelopen naar Col d’Arratille op de grens. Hier konden we voor het eerst de Vignemale zien. De zuidwest-wand van de berg is als een gigantisch donker beest. Na een uurtje in Spanje te hebben doorgebracht gingen we weer de grens over via Col des Mulets tot aan onze eindebestemming voor die dag: Refuge des Oulettes de Gaube. We kwamen er al rond 15u aan, dus hadden nog wat tijd over voor een colaatje, noten, een schaakpartijtje en enkele bergsporttijdschriften. Gedurende de tijd dat we op het terras zaten, kwamen er steeds meer en meer alpinisten toe. Even later hadden we door dat het vrijdagavond was, en dat de werkende mens nu ook tijd had voor wat bergplezier. Refuge des Oulettes de Gaubes ligt aan de voet van de Vignemale, wat blijkbaar het alpinismecentrum van de Pyreneeën is. Hier komen de echte mannen. Een beetje voor 19u zetten we onze tent op voor de Refuge, op de bivakplaats. We staan er met nog 2 eenpersoonstenten, een jonge vrouw en een oudere man. Elk in 1 van de steencirkels. Op een paar marmotten na was heel de vallei van ons.
Dag 5: Refuge des Oulettes de Gaubes – Ibon de Bernatuero
Stijgen: 900m
Dalen: 600m
Afstand: 10 km
Toen we rond 7.30u opstonden, kwamen de eerste alpinisten al terug, anderen zag je doorgaan, en nog anderen hingen al aan de rotswanden. Hier waren de wandelaars duidelijk in de minderheid, de meesten waren er om de D tot ED+ routes op de berg te beklimmen. Niet veel later begonnen we aan de klim via de GR10 langs de noord- en oostkant van de Vignemale tot aan Refuge de Baysellance. Onderweg kwamen we langs de petit Vignemale via de Hourquette d’Ossau die propvol met wandelaars zat die een 3000er wilden ‘beklimmen’. Inclusief een groep onsympathieke Duitsers met Zwitserse gids die we nog vaker zouden tegenkomen de volgende dagen. Tijdens de afdaling naar het meer liepen er 2 Françaises achter me, ze vonden het nodig om me ‘schattig’ te vinden hoe ik met gestrekt been afdaalde …grrr. Aan de Barrage d’Ossau aten we, en kort daarna maakten we een klein klimmetje tot in het volgende dal (Vallée de la Canau), een mooie grasvallei propvol koeien. Toen we het dal uit waren werd het al avond en klommen we naar de Ibon de Bernatuero. Hierdoor lieten we een perfect bivakkeerdal achter ons, in de Ibon (= meer op de top) was er absoluut geen plaatsje voor onze tent, aan de andere kant was de helling steil, uiteindelijk zetten we onze tent op een ‘vlak’ stuk gras, juist na de col. We moesten helling-slapen, onder ongeveer een kleine 20°, als we heel stil lagen, gleden we niet van ons matje. Ondertussen was er een storm komen opzetten, de grote stortbuien zouden niet lang meer uitblijven. We kropen vlug in de tent en kookten binnenin. Het was een heel gedoe om het gasvuurtje recht en stabiel te krijgen op de scheve ondergrond. Die nacht was in feite de eerste echte test voor de tent, waarvoor hij met glans slaagde.
Dag 6: Ibon de Bernatuero – Torla (Casetas de Diazas)
Stijgen: 400m
Dalen: 1000m
Afstand: 6 km
De tent heeft de storm en hevige regen meer dan voldoende weerstaan, ik ben die nacht geen enkele keer wakker geworden, en er is geen water binnen gekomen. Het was ook een mooie test voor de slaapzakken, het heeft goed gevroren en eindelijk had ik het eens niet te warm. Na het ontbijt beginnen we aan de lange afdaling richting Bujaruelo. Langzaam aan komen we weer andere mensen tegen. Dan gaan de weiden over in bossen en komen we de echte dagjesmensen tegen. Op de middag komen we aan in Bujaruelo. Ik was voor een keer als eerste beneden! (Maar het komt omdat Bert me boven aan het zoeken was ) . Bujaruelo stelt niets voor, het is niet meer dan 1 camping met bijhorend gebouw, een brug en een taverne. Bert dacht dat er bussen reden van Bujaruelo naar Torla. De barman heeft dat ontkracht. Liever dan een paar uren wandelen langs een autoweg, probeerden we te liften. Iedereen die uit Bujaruelo vertrok, moest sowieso door Torla rijden. Het was dus een ideale liftsituatie. De eerste die ik tegenhield wou ons al direct meenemen, een Spaans koppel die ons afzette voor hun hotel in het centrum van Torla. Het is ondertussen al na 13u, we gaan op zoek naar middageten: brood, vlees, cola. En ook nog een gasflesje, oploseten, koeken, ontbijt en zalf+ pillen voor mijn knie. De baguettes en chorizo eten we op langs de rivier die door Torla gaat. De cola vloeit rijkelijk. We waren van plan om ’s avonds echt voedsel te eten. Om wild te kamperen moesten we echter uit het dorp zien te raken. De enige plaats voor een bivak was 400m boven het dorp. Het probleem was dat ze hier in Spanje maar om 20u eten serveren, dat wil zeggen dat we dan niet meer naar onze kampplaats kunnen. Dan zit er niet veel anders op dan aan de stevige avondklim te beginnen, zonder eten. En zonder uitzicht op vast voedsel. Voor we vertrokken genoten we eerst nog van een Calippo. Op een goed uur stevig doorwandelen staan we boven aan St Anna, een kapel met enkele stalletjes met daarvoor een mooi grasveld. Het pad was onderaan de berg aangeduid met “2u tot st Anna”, een mooie streling voor ons ego! De kleine rivier die langs het bivakterrein vloeit is opgedroogd, we zijn verplicht om een extra avondwandeling te maken naar de hoofdrivier voor we aan ons avondmaal kunnen beginnen.
Dag 7: Torla (St Anna) - Ordesa - Refugio de Goriz
Stijgen: 1000m
Dalen: 300m
Afstand: 14km
Na het ontbijt zetten we de klim van de vorige verder, we volgen dezelfde weg die de busjes uit Torla ook volgen, tot juist voor de bergkam, waar we via een bergpad tot het nationaal park Ordesa wandelen. De weg was vervelend en heel lang. Achter elk lang stuk weg volgde er een bocht en weer hetzelfde stuk. Na een tijdje komen we bij de Mirador del Rey. We krijgen direct een prachtig uitzicht over het grootste deel van de canyon. Eerst dalen we een flink stuk in de canyon af om vervolgens de vallei uit te wandelen via het hoogtepad. Op dat moment wordt het ook duidelijk dat we zuinig zullen moeten zijn met water, tot Goriz zullen we waarschijnlijk geen rivieren meer tegenkomen die niet opgedroogd zijn. Halverwege het hoogtepad komen we alweer dagjesmensen tegen, die er via andere wegen zijn gekomen, om de beroemde canyon te bezichtigen. Op het einde van de vallei zijn we bijna afgedaald tot in het dal, voor we weer aan de klim beginnen naar het plateau waarop de hut ligt (Goriz). Het blijkt een zeer populaire te zijn, op het bivakterrein boven de hut staan zeker 20 tenten, en er zullen er nog bij komen. Binnen in de hut wordt er maar over 1 iets gesproken, de Monte Perdido, die zo goed als iedereen de volgende dag zal ‘beklimmen’. Gisteren hadden we al afgesproken om die niet te doen, hoewel het oorspronkelijk op het schema stond. Meer dan 1000m stijgen en daarna nog meer dalen zal ik niet meer uit mijn knie krijgen. Het alternatief zal nog erger blijken.
Dag 8: Refugio de Goriz – Gras
Stijgen: 1500m
Dalen: 1100m
Afstand: 15km
We stonden vandaag vroeg op, want we hadden veel te wandelen. Het zou de smerigste en zwaarste dag worden. We begonnen met een stuk klim in de ochtendmist, vergezeld met lichte sneeuw en regen. Dan is het grotendeels traverseren via kettingen, klauteren, onder watervallen, … , tot we aan het eind van het nationaal park komen, en waar de afdaling begint. Ik verwacht dat we maar weinig zouden afdalen, want onze bestemming lag gewoon aan het eind van de vallei, op ongeveer 3000m. We waren echter verplicht om bijna tot in het dal af te dalen, en vervolgens weer bijna 1000m te stijgen tot aan de col. Aan het eind van de vallei werden de paden duidelijk minder gebruikt, en de paden waren op z’n Spaans aangeduid, slecht. Daar hebben we ergens een verkeerd pad genomen, want we kwamen uit aan een col die oostelijk lag van degene die we nodig hadden. En om die verkeerde col te bereiken moesten we een zeer steile puinhelling op, waar op het eerste zicht geen pad lag. Ondertussen was het harder en harder gaan waaien, en was de temperatuur tot rond het vriespunt gezakt. Met op dat moment weinig opties over, beklommen we de puinhelling, elk via een andere route. Elke steen die we vastnamen kwam los. Van wandelen was er geen sprake meer. Soms kropen we op handen en voeten omhoog en gleden we weer op 4 punten weer omlaag. Het was verstandig om niet achter elkaar te stijgen … . Mijn pad bestond uit een opeenvolging van zo groot mogelijke rotsen. Op een moment stond ik voor een rotsblok van een paar ton, ideaal om me weer een paar meter hoger te helpen dacht ik. Met 1 voet voor de rots, en 2 handen aan de rots, trok ik me omhoog, tot heel de rots naar beneden begon te komen… . Het is een stuk om snel te vergeten, als we andere opties hadden via een ander pad, hadden we die zeker genomen.
Boven gekomen zagen we een winters tafereel, bevroren begroeiing, strakke wind en een witgevroren signalisatiebord. Dan wordt duidelijk dat we verkeerd zijn, er ligt geen meer voor ons, en er is geen cabane te zien. We zitten dus niet op de Balcon de Pineta maar aan de Port Neuf de Pinède. We wandelen verder op het pad die we vinden, richting Gavarnie waar we morgen heen moeten. Tegen een uur of 7 zetten we onze tent op, hoog in de cirque d’Estaubé. Voor Bert wordt het een koude en onaangename nacht aangezien er een gaatje in z’n slaapmatje zit. Dat komt ervan als je wat onvoorzichtig bent met een scherp mes en een pak rijst.
Dag 9: Cirque d’Estaubé – Gavarnie
Stijgen: 200m
Dalen: 1000m
Afstand: 7km
Vandaag hadden we geen tijdsdruk, we konden dus opstaan met de zon, dat zal ergens voor 9u geweest zijn. Het gras en de tent waren toen nog bevroren, maar we zaten aan de oostkant van de bergkam, de zon liet het al snel dooien, er bleven witte stukken gras over in de schaduw van de tent en rotsen. Na een laatste bivak-ontbijt (1 zak kellogs dieetvlokken voor ons 2, waar dieet-vrouwen zeker 10 keer aan eten) begonnen we aan het klimmetje in de zon, tot over de col die ons van het dal van Gavarnie scheidde. Eenmaal over de col, en dus in het westen, was het gras wel nog bevroren, maar er was weinig wind, en t-shirt en short volstonden uiteindelijk. De volgende halte was de Refuge des Espuguettes, je hoorde al van ver de drilboor die de schoorsteen aan het verbouwen was. Na een toertje rond de hut, en een teken van de arbeider bleek dat de hut gesloten was. Geen cola dus. Maar het moet je maar eens overkomen: je komt hier om 20u toe en je mag het weer afbollen. Dan maar direct verder afgedaald, weg van het geluid van de drilboor. Toen konden we kiezen uit verschillende paden die zo goed als allemaal recht naar Gavarnie leidden. We kozen een logisch pad. Ergens in de verte zagen we een grote groep bomma’s lopen, die hebben we dan ook maar gevolgd. Na een tijdje in een bos, begon het pad vlak te lopen, en waren we niet meer bezig met de afdaling naar Gavarnie, we waren erin gelaagd om op het hoogtepad rond de vallei van Gavarnie te raken (later gedoopt: Haute Route de Gavarnie). Die liep naar Hotellerie du Cirque, met een uitzichtpunt op ‘La Grande Cascade’ en de Cirque de Gavarnie, de langste waterval van Frankrijk. Van aan het hotel liep een wandelautostrade tot aan Gavarnie City, met bijhorende stromen dagjesmensen. Sommigen vervoerd op ezels. Beetje voor beetje werden we weer ondergedompeld in de gewone wereld, parfum en jeansbroeken waren daar voorbeelden van. Aan een snelwandel-snelheid liepen we naar het dorp, soms aangemoedigd en soms raar aangekeken door de dagjesmensen (probeer je ook de baard, het vettig haar en vuile kleren van 10 dagen in te beelden). Dan was het een zoektocht naar echt eten (= zo weinig mogelijk toeristeneten). De ‘supermarkt’ was gesloten voor verbouwingen (ja, hier hadden ze er ook al van). Ik heb een plaatselijke ‘man van ’t stad’ gevraagd of hier nog iets was. Er was enkel nog een kruidenierszaakje/bakkerijtje/soevenierwinkeltje. Maar daarmee lukte het ook wel: stokbrood, cola, plaatselijke kaas en quiche. Als avondeten zouden we het eens breed laten hangen, en op restaurant gaan, jaja, echt vast voedsel! De volgende 5 uur moesten nog gevuld worden. Het bleek al gauw dat Gavarnie daar niet voor geschikt was. Omdat het ondertussen een beetje regende, schuilden we afwisselend in elk café, tussen de busladingen Lourdestoeristen. In het restaurant komen we een duo Duitsers tegen, die van ver uit Spanje kwamen, de Pyreneeën hebben overgestoken en nu op weg waren naar Toulouse. Na wat verhalen te wisselen, en na een entrecote met Roquefortsaus gingen we slapen op de enige betaalde camping van heel de tocht.
Dag 10: Gavarnie- Brugge/Knokke
Stijgen: 0m
Dalen: 1500m
Afstand: 1000 km
’S ochtends vroeg namen we de schoolbus richting Luz-St.-Sauveur. Van daaruit een andere bus (met veel vertraging) naar het station van Lourdes. Daar kwamen we 3 minuten voor het vertrek van onze TGV toe (door de vertragingen van de bus). Na een korte treinrit tot aan het station van Pau nemen we een taxi tot aan de luchthaven waar we het drukke vliegtuig nemen naar de luchthaven van Charleroi. Daar nemen we de pendel bus naar het station van Charleroi, dan een trein naar Brussel Zuid, en nog één naar Brugge, waar de reis er op zit.
Bert, Thomas
Kaart
Reacties op Trektocht langs de Frans-Spaanse grens
lumaj | 27/10/2009 23:01:51
Heb je ook genoten van die trektocht? Het klinkt als een 'prestatie'.
Thomas | 28/10/2009 19:04:00
nu je het zegt, zo kan het overkomen. Ik heb het misschien te objectief gehouden.
Ik heb er zeker van genoten, het was de eerste keer dat ik in de Pyreeen kwam, de natuur, gevoel van autonomie, de mentale grote kuis, ... en vooral de rust waren de moeite waard. Maar de uitzichten en dergelijke moet toch onderdoen voor de Alpen naar mijn mening. De Pyreneeen in September is in sommige gebieden zo verlaten dat je een dag kan wandelen zonder ander volk tegen te komen, daar hou ik wel van. En ik kan ook goed genieten van een 'prestatie' hoor. Dat moet niet negatief zijn.
Mijn knie heeft een stuk hiervan wel teniet gedaan. Als ik Bert zijn vakantie niet zou verpesten, zou ik er misschien wel opgegeven hebben. Nadien ben ik blij dat ik toch verdergewandeld heb, hoewel het vaak niet verantwoord was.
Detlef | 30/10/2009 19:11:03
misschien een stomme vraag :d maar hebben jullie deze route zelf uitgestippelt of is dit een bestaande route? Want ben al terug een beetje aan het uitkijken voor volgende zomer :d en dit lijkt mij wel de moeite!
Thomas | 31/10/2009 10:13:44
Wat is een bestaande route? we waren waarschijnlijk niet de eerste die zo gewandeld hebben, maar we hebben ook geen GR gevolgd. Dus zelf uitstippelt. Het was de bedoeling de grens min of meer te volgen.
Verberckmoes Stéphane | 31/10/2009 10:55:40
In 2001 liep ik met mijn vriendin de GR10/11 vanuit cauterets, via lac de gaube, refuge wallon, embalse respomuso,panticosa, zuidkant van de Vignemale, Bujaruelo, Torla, Ordesa, Refuge De Goriz, Torla, Sandaruelo, Port de Bucharo naar Gavarnie. Een onvergetelijke trip en perfect te lopen met een beperkt aantal kaarten (4). We hebben nooit in de Refuges geslapen of gebruik gemaakt van het eten in de Refuges waar we bij kampeerden.
Voor de geinteresseerden...
Ik plan momenteel voor deze zomer een tocht die ongeveer dezelfde weg zal volgen, maar nog iets boeiender zal worden. Ik plan een lus te lopen van en naar pont d'espagne.
via lac de gaube, refuge wallon, embalse respomuso,terug de hoogte in langs Bachimana Alto, Ibon Azul, zuidkant van de Vignemale, Bujaruelo, Torla, Ordesa, Refuge De Goriz, Breche de Roland, Refuge de Sarradets, Port de Bucharo naar Sandaruelo en terug de hoogte in lac Bernatuara naar Oulettes d'oussou, Refuge oulettes de Gaube, Noordflank Vignemale, Lac De Gaube en Pont d'Espagne. Hier en daar zit er wel een stukje HRP in.
Om de knieën te sparen, zeker wandelstokken meenemen (toch als je behoorlijk beladen bent +20kg op de rug zijn de afdalingen in de spaanse pyreneeën nogal ruw voor de knieën). Bij het oversteken van de grens zie je zo het verschil in grootte van steengruis in Frankrijk tot rotsblokken in Spanje.
Wij hebben toen en plannen ook nu om de laatste dagen van juni en de eerste week van juli te lopen. Dan heb je nog sneeuw op de belangrijke travers aan de Grand Fache en zo. Zalig gewoon, met de vele gletsjermeren op de tocht...
Er is ongetwijfeld een verschil tussen de pyreneeën en de alpen, maar persoonlijk hou ik van de eenzaamheid, en ruwheid en het soms toch wat betere weer in spanje. Hoewel we aan de Refuge de Goriz toen wel een sneeuwbui hebben gehad tijdens de nacht...
Ik heb momenteel de tocht uitgestippeld in Google Earth, en zoek nog een manier om deze tocht te delen met anderen.
Detlef | 31/10/2009 11:21:21
Stéphane, zou inderdaad zeer leuk zijn als je deze route kon delen. Heb vorig jaar een deel van de GR10 gedaan en ben nu ook op zoek naar een stapje hoger (zeker de HRP spreekt mij enorm aan, maar lijkt mij nog te moeilijk voor de beperkte ervaring die ik heb). Zou ook leuk zijn als je een verslag kan posten van deze route. Zou toch ten vroegste begin augustus kunnen vertrekken.
lumaj | 3/11/2009 12:07:30
Thomas, bedankt voor het antwoord. Het maakt je tocht meteen een stuk boeiender en vooral ook menselijker.
jan camps | 20/12/2009 19:20:51
plan ook een tocht door de Pyrenees met ongeveer dezelfde locaties. Wel reeds tot besluit gekomen dat je vroeg uit de veren moet wil je de "toeristische" trekpleisters in alle rust kunnen bezoeken. Graag info en tips ivm 'to do's'.
Hike ze ... Jeanke
Geef een reactie:
Je moet inloggen om een reactie te kunnen plaatsen.
|